Praten met elkaar- doen wat je zegt!

We praten soms langs elkaar heen.

Dat kan erg lastig zijn bij tijden, omdat het dan lijkt alsof je de ander niet raakt of dat het niet overkomt, wat je zegt. Dat kan ook gebeuren, wanneer kinderen echt niet doen wat je vraagt. Jij denkt, dat je al gezegd hebt, dat een kind iets wel of niet moet doen, maar je kind reageert niet of nauwelijks. Het lijkt alsof het hem niks kan schelen wat je zegt.

Hoe je ook je best doet, met verwoorden, het komt gewoon niet over.

Je voelt je radeloos. Misschien wel boos, of teleurgesteld. Je probeert het nog maar eens vriendelijk te zeggen. Maar nee, weer geen resultaat.

Je kind doet het niet. En je bedoelde het zo goed. Je zei het zo duidelijk.

Wat dan nu?

Soms is het nodig, om met elkaar te kijken naar HOE je met elkaar praat. Welke boodschap breng je over, met je woorden en met je houding. En hoe kom jij als zender, over op het kind (de ontvanger). Heeft het kind in de gaten, wat jij eigenlijk wilt zeggen?

Als je dat niet doet, en weer gaat zenden, is de kans groot, dat jij weer uitleg geeft, vertelt wat je al dan niet wilt en je kind het weer niet doet. Je baalt. Je wordt boos. Je raakt gefrustreerd. En je kind doet het nog niet.

Wat nu?

Terug:

  • HOE vertelde jij wat je wilde?
  • was jij echt zo duidelijk, als jij dacht dat jij was?
  • en in die woorden, was jij daarin congruent met je gevoelens over het kind en zijn actie? (zodat er geen ruis ontstaat)
  • hoe is het resultaat? (m.a.w. kan het kind weten wat je bedoeld, en er daarom op reageren?)

Een voorbeeld volgt later.

Bedankt voor het lezen! 🙂

ze lacht, dus….

Ze lacht, dus ze vindt het leuk.

Mensen kunnen soms bijzondere conclusies trekken, zonder zich af te vragen, of dat wat zij denken ook klopt bij de persoon over wie ze het hebben. Ze controleren de aanname die ze hebben niet.

Kinderen kunnen om diverse redenen lachen. Maar niet elk lachen, is een lachen van plezier of het leuk hebben. Er zijn veel redenen waarom kinderen lachen.

Bovenstaande, ging over een situatie waarin het Loes achtervolgd werd door Janna, daarover al diverse malen een grens over had aangegeven richting Janna: stop, hou op/ nee, ik wil niet samenspelen etc.

Janna ging toch door, met achter Loes aanrennen. De leerkracht greep niet in. Loes lachte, dus ze vond het toch leuk? Zelfs nadat Loes de juf om hulp had gevraagd, kreeg ze die niet.

Het lachen zorgde ervoor, dat Loes niet begrepen werd, en dus bleef zitten met een probleem. Elke pauze, rende Janna weer achter haar aan, en niemand greep in.

In dit geval, ging het over twee kinderen waarin het spel voor Loes als bedreigend werd ervaren. De lach was er niet een van blijdschap, of plezier, maar van spanning. Helaas, keken de juffen naar wat ze uiterlijk zagen en grepen niet in.

Voor Loes werd o.a. daardoor naar school gaan een probleem.

Wat belangrijk is, in je beoordeling of een kind het waardeert, is ook af te checken, of lachen betekend wat je denkt dat het betekent.

Dit voorbeeld gaat over Loes, en er zijn meer verhalen waarin andere kinderen duidelijk lachen, soms hardop, en toch is dit eerder een spanningslach dan een ”wat heb ik het naar mijn zin-” lach.

Belangrijk, om mee te nemen in begeleiding, dat lachen niet altijd betekent wat je denkt dat het betekent.

 

 

 

 

 

 

Van gemopper naar samenwerken

Verhalen uit de speel- en leer- kamers:

Ik ga mooi niet lezen hoor! Dat feestje gaat mooi niet door!, gaf Daan me maar al te duidelijk aan. Kwam ik aan, met mijn boekje, letterstempels, haaienplaatjes om letters en woorden van te knippen en de globaalwoorden waarmee we samen lazen.

Daan gooide zich op bed. Duidelijk niet van plan om ervan af te komen.

Ik besloot alvast te gaan werken. En met veel enthousiasme, begon ik. Gemopper, vanuit het bed. Hij draaide zich om, gezicht richting de muur. Ik ging door, en onderdrukte een glimlach om zijn gedrag. Ik twijfelde of hij mee zou doen, maar besloot ervoor te gaan. Voor het lezen. Zo las ik voor, uit een van zijn favoriete dierenboeken, die toevallig nog op tafel lag.

Natuurlijk liet Daan zich niet zomaar vangen, en bleef op bed hangen, echter iets opgericht nu, quase belangstellend. Ik keek met schuin oog, maar deed alsof ik niks door had. Ging gewoon door met mijn enthousiaste lezen. Telkens als ik van activiteit veranderde, deed ik dit langzaam, met aandacht en kort benoemend. Daan kwam nog niet. Ik gaf het al bijna op, tot ik een ingeving kreeg: Daan is dol op wedstrijden! Ik bedacht ter plekke een spel waarin lezen en winnen zat, en begon deze te spelen met een poppetje op zijn tafel. Dat wekte interesse!

Wat ben je nou weer aan het doen, Delia?!, noemde Daan, terwijl hij erbij kwam staan. Ik benoemde, en ging door met het spel terwijl Dj Kips, zoals het poppetje heette, al bijna van me won. Al snel zaten Daan en ik ge- enthousiasmeerd te spelen, kijken wie de meeste woorden kon maken, wie het beste hardop kon lezen etc. En Dj Kips? Die stond verbouwereerd aan de kant te kijken! 😉

dj

 

zelf eten!

Het eten was niet gezellig meer.

Kevin had geen zin in eten, en Minke ook niet. ”Bah! eten we nu alweer aardappels!?”, galmde het over de tafel. De kinderen aten niks. Ouders met de handen het haar.

Deze keer probeerden ze de volgende techniek:”nog 5 hapjes!”, gevolgd door aanmoedigingen wanneer het lukte. Kevin liet zich overhalen, Minke was echter onverbiddelijk. Ze at niks!

Wat nu?

De volgende dag bedachten ouders en kinderen een paar regels. Een van de regels was: we scheppen zelf ons eten op. De kinderen ook. En dat wat op hun bord ligt, eten ze op. Voor de kinderen werkte dit beter, dan het gemopper, gepush en een te vol bord. Verder gaf het hen wat meer verantwoordelijkheid over hun eigen bord en lichaam, doordat ze nu zelf mochten bepalen.

Na een week, leek de truc uitgewerkt en begon het gemopper weer… totdat ouders hun eigen agenda loslieten, de kinderen een klein deel konden volgen, waarbij de kinderen spelenderwijs hun eten opaten. Door het spel: ik maak fruitsalade, voor mezelf en de ander.

Met een vork, maakte Minke een vork vol met stukjes groente, stukje vlees en een stukje aardappel (de ”fruitsalade”) en dat steeds weer, en zo was het eten vlot weg, en bleef er een gezellige sfeer.

31634343451

 

 

Zelfkennis voor en bij kinderen

Hoe leert een (jong) kind zichzelf kennen?

Er zijn diverse manieren, om dit te (mogen) ontwikkelen.

  1. Spel, is een belangrijk moment waarop je allerlei dingen leert rondom motoriek, sociale vaardigheden, grenzen etc. Ook kun je er rollen uittesten die je passen of niet passen. en dan met name het vrije (ongeleide) spel
  2. Zelf doen, helpt je zelfvertrouwen te krijgen. Want je leert, wat je al wel en nog niet zelf (aan)kan
  3. een stukje zelfcontrole op een dag, waarin jij als kind kan bepalen. Dit helpt voor eigenwaarde, en zelfvertrouwen
  4. gesproken taal; het benoemen van wat je (kind) doet, ontdekt, speelt etc. Kinderen leren verwoorden met, en zonder behulp van volwassenen. tijdens het verwoorden, leren ze over zichzelf en de wereld om hen heen. innerlijke spraak. Bij sommige kinderen blijft deze innerlijke spraak, vrij lang het ”hardop denken”–) zeggen wat er in je omgaat, ook als dat niet aardig klinkt. Het verwoorden van je gedachten
  5. voordoen door volwassenen, of het samendoen met volwassenen. Kinderen genieten van meehelpen met klusjes, zeker als ze jong zijn. Hierdoor leren ze veel over zichzelf en ontwikkelen eigenwaarde. Waardevol, want je mag meedoen, je wordt gezien, je krijgt aandacht en hebt ook een taak
  6. met vaders klusjes doen, omdat deze vaak net meer dan moeders, echt zelf laten doen/ de verwachting anders stellen. Niet altijd, maar vaker wel

 

IMAG3851

soms alleen….  gewoon thuis met mama of papa! Ontdekken hoe werken in de tuin werkt, en hoe je een bezem gebruikt.

 

en soms… samen. Als groep kinderen!

Samen, met elkaar leren en genieten. Vrij spel, binnen kaders, met of zonder opdracht. Kinderen hebben dan zelf de gelegenheid om hun grenzen te ontdekken en ontwikkelen, met een begeleidende volwassene op afstand. Een volwassene, die alleen als nodig even iets verwoord of kadert. Maar ook hier: zelf ontdekken wat werkt.

Hoe je het materiaal kunt gebruiken, met daar waar nodig uit veiligheidsoverwegingen even een beginners aandachtspunt door de volwassene, of af en toe wat uitleg/ begeleiding tussendoor.

foto1

 

Met zorg om leren gaan, met elkaar, met de natuur en met materialen. En als resultaat kunnen laten zien, wat jij hebt gedaan.

Pizza!

Hella was op visite bij een vriendin van haar moeder. Zoals altijd vond Hella eigenlijk alles goed. Keuzes, daar leek ze niet aan te doen.

Bij elk voorstel wat gedaan werd door de vriendin van moeder of door een van diens kinderen, zei Hella volmondig, of twijfelachtig ”ja, is goed”. Wanneer je Hella vroeg, wat ze wilde, wist zij dat nauwelijks tot niet te benoemen.

Tot… op een dag, de dag heel anders verliep dan bedoeld.

De vriendin van moeder had die middag iets te regelen, en zo kwam het, dat Hella en de kinderen hun eigen invulling moesten maken, met de partner (Peter) van de vriendin. En zo ineens, bedacht Hella wat zij wilde eten. Out of the blue: Pizza!

Hoeraaaa! Hella maakte een keuze! Het fijnste kado voor Hella was, dat Peter dit ook op tafel zette voor Hella, waardoor zij beloond werd voor kiezen van wat zij wilde eten!

 

images

Lachebekje

als kinderen lachen… Wordt dat al snel geassocieerd met dat het goed met ze gaat.

Maar lachen kan een middel zijn, om niet dichtbij jezelf te hoeven zijn.

Al snel komen we erachter dat bij Z de lach wel veel verschijnt, maar dat zij weinig eigenheid heeft. Haar spelen ontwikkelt niet uit zichzelf. Ze zit erg in een zorgrol. Ze volgt, maar bedenkt zelf geen fantasiespel. Ze kan echter wel genieten van het fantasiespel van een ander.

Bij haar werkt het uit de tent lokken, uitnodigen, motiveren, maar soms ook zelf spelen. Langzaamaan komt ze dichterbij en kijkt ze, of voegt iets kleins toe. Of ze speelt het na wat ze zag.

Wat was buiten zijn heerlijk voor haar. Even in de speeltuin, spelen. Lekker kunnen liggen in de schommel en je heen en weer laten wiegen. Ook eens lekker klimmen en klauteren. En bovenal… Heel vaak van de kabelbaan gaan.

En stiekem… was een beetje klein mogen zijn ook erg fijn! Aandacht, omdat dat soms vergeten wordt, zeker als jij een stil lachebekje bent.

Opvoeden bij ongewenst gedrag

Ouders doen dingen, met de beste bedoelingen. Alle ouders. Ook jij!

Dat weten kinderen, en daarom luisteren ze, en letten ze op hun ouders. Doen ze hen na. Want door hen te volgen, hopen ze dat te krijgen wat zij nodig hebben om te ontwikkelen.

Dit is echter niet altijd even zichtbaar. Dit uit zich dan bijvoorbeeld in ongewenst gedrag als slaan, schoppen, spugen, schreeuwen, afsluiten voor contact, terugtrekken, verlegenheid, bedplassen, niks vertellen, en noem maar op. Of erger,

Je kind heeft het opgegeven.

Voelt zich eenzaam.

en dat uit zich in zijn of haar gedrag.

IMAG0116 van je verdrietig, angstig of boos voelen

je kind is boos, verdrietig, angstig, eenzaam… en laat jou dat op een hele eigen wijze zien.

Maar hoe doe je dat dan? Omgaan met een kind dat zich zo voelt?

Soms gaat dat niet zo makkelijk. Een kind leiding geven. De praktijk blijkt een stuk weerbarstiger dan programma’s als ”the Nanny” je doen geloven. Zelfs, als jij alle spelregels volgt, kan het toch net niet helemaal geven wat jij gehoopt had. Met name kijkend naar de lange termijn.

Maar.. het leek allemaal zo goed te gaan! Op de korte termijn is er wel resultaat! Dus dan werkt het wel!

Op de lange termijn blijk je dan toch weer te zitten, met een kind die boos is, verdrietig,angstig en die net ander gedrag laat zien om precies datzelfde weer te uiten.

Hoe ga je daar dan mee om?

Dat is een van de dingen, die ik je kan leren.

 

schrijven en tekenen naar gelukkig

Van angst naar vertrouwen

Van angst naar vertrouwen

Delia, ik durf niet. Ik wil mensen niet kwetsen. Ik kan maar beter niks zeggen! Deze woorden kwamen van Pim, 10 jaar. Hij had het praten opgegeven. Het had allemaal geen zin, om te praten. Zoveel redenen om stil te zijn.

  • ze luisteren toch niet
  • ze weten het allemaal beter en geven je tips
  • ze willen niet horen wat je zegt
  • voelen zich gekwetst
  • worden boos, en dat was nog het ergste voor Pim
  • worden verdrietig
  • en nog meer van die ongemakkelijke gevoelens

Pim besloot, dat niet praten het beste was. Want als je niet praat, wordt je niet zo geraakt en afgerekend. Lekker rustig ook.

Pim sloot zich op. In zichzelf.

De wereld om hem heen, begon te denken dat Pim niet slim was. En Pim? Ach, die ging zijn eigen gang. Hij verloor contact.

Toen Pim de woorden vertelde,IMAG4066 waar ik mee begon, onderzochten we samen waar het in zat, dat Pim die overtuigingen had over het kwetsen van mensen. En heel voorzichtig, na veel onderzoek, durfde Pim weer iets te praten. Hij was echter erg op zijn hoede. Wat als ik toch mensen kwets?

Ook hier hebben we veel over gepraat, Pim en ik. En dat het soms gebeurt, dat als jij iets vertelt, dat je iemand raakt. En daardoor kwetst, verdriet doet of dat diegene boos wordt. We bekijken samen hoe erg dat voor Pim is. En Pim maakt zijn eigen keuzes.

Mondjesmaat, zoekt hij mensen op, die hij een beetje durft te vertrouwen. En zo leert Pim dat mensen ook best leuk kunnen zijn. Fijn gezelschap. Vrienden, zelfs.

Pim durft nu wat meer rechtop te zitten. Hij kijkt de wereld in, en zijn ongewenst gedrag neemt af. Ook zijn impulsiviteit begint wat af te nemen. Hij laat bekers staan, i.p.v. ze om te gooien.

Want met dat praten, komt er ook een stukje verantwoordelijkheid terug bij Pim. Als je praat, is nadenken over wat je zegt iets wat erbij hoort.

En als je praat, nemen mensen je ineens meer serieus.

Dan word je zo ineens, jaren ouder.

Ik vraag Pim, of hij tevreden is. Ja, hij is blij met waar hij nu is, maar oeh… wat is het ook spannend! Stap voor stap meer contact. Stap voor stap, zichzelf!

Ben jij mijn vriend?

Ik kreeg eens de volgende vraag van een jongen. ”Delia, kun jij mij helpen vertellen? Ik wil niet kwetsen. Ik weet niet hoe ik kan vertellen”.

Toevallig vond ik het blaadje laatst terug. Zijn wiebelige, grote handschrift, in rode letters op dat lichte blaadje. Ik zie ons weer zitten. In de klas. Wat was het spannend, om zo schrijvend samen te praten voor hem. Een hele nieuwe ervaring, vertellen en vragen.

Niet veel later, deden we een spel. Met drie vriendjes. We deden het vragen-spel, waarbij niet alleen hij op papier schreef en de ander dan voorlas en antwoordde, maar de ander ook vragen stelde en hij ging antwoorden op zijn manier.

Zo vroeg hij na een tijd aan een jongen uit de klas: ”vind jij mij leuk?” Melle antwoordde enthousiast: Ja, meestal wel. Maar soms ook niet want dan maak jij zoveel lawaai en doe je gek. En dan kan ik niet goed werken”.

Pieter dacht na, en antwoordde toen in geschreven taal: ”dat doet mijn lichaam. Ik weet niet hoe ik het kan stoppen. Ik wil het wel leren stoppen.”

 

Pieter vroeg:”Wil jij dan wel mijn vriend zijn?”

 

Melle: ”Ja, natuurlijk ben ik je vriend! en jij? ben jij mijn vriend?”

Pieter vergat te antwoorden, maar toen ik hem prompte, kon hij vertellen en gaf aan dat hij ook een vriend van Melle was.

Pieter dacht na, en schreef: ”ik kan het niet stoppen. Maar ga proberen het te stoppen.

Wil je straks samen spelen?”

 

Eerlijk, en simpel. En… doordat Melle zo eerlijk was, kon Pieter leren over gedrag dat soms niet gewenst is, maar dat ook al doe jij soms dat gedrag, je toch nog vrienden bent! 🙂

IMAG3957