ruw spelen

een paar jongens spelen met elkaar. Ze zijn aan het stoeien in de zandbak. Het gaat er steeds wilder aan toe.

Ouders zijn soms geneigd om te snel in te grijpen. Bijvoorbeeld vanuit bezorgdheid: gaat het allemaal nog wel goed? Of vanuit eigen oordeel, bijvoorbeeld doordat je het zelf te spannend vindt. Als je kijkt naar je kind, gaat het spel door de kinderen gestuurd als vanzelf veranderen.

Redenen om wel in te grijpen:

  • een van de kinderen, gaat veel te ver. Hij duwt bijvoorbeeld de ander met zijn gezicht in het zand, op een ruwe en bozige manier —-) Nu is het geen stoeien meer, het wordt wat anders. Aangestuurd door boosheid. Dan moet je het spel stoppen, omdat de veiligheid verdwijnt voor de kinderen
  • een van de kinderen, gaat over op slaan, schoppen of bijten —) spel stoppen, en kijken wat er speelt bij het kind dat dit is gaan doen. Vaak zit er wat anders achter. Kom je er niet achter, prima, dan vraag of verzoek je dit kind wat anders te gaan doen
  • een van de kinderen, of misschien wel twee of drie samen, gaan op een kind af. Ze drijven dit kind in het nauw, en worden te ruw in hun spel. Bijvoorbeeld met zijn allen, een kind in een speelhuisje duwen, waarbij het betreffende kind niet meer blij of tevreden is. Waarbij het te ver gaat —) spel stoppen, en erover hebben. Lukt dat dan nog niet, wegens emoties, er later op terug komen op een geschikter moment

 

Redenen om het spel te laten gebeuren, ook al heb je er zelf allerlei emoties bij, of vind je het lastig, moeilijk:

  • de jongens beleven er zichtbaar plezier aan
  • de jongens zijn aan het experimenteren met hun grenzen. Ze spelen wel ruw, maar er is controle en veiligheid
  • de jongens lijken uit te proberen, welke varianten van stoeien nog acceptabel en leuk zijn voor de ander. Ze gaan volop op in hun spel, maar kunnen nog wel kijken naar de ander die meedoet
  • de jongens kunnen omgaan met het woord ”stop”, ”niet meer doen” of andere stop- woorden
  • vul aan

Jongensspel is vaak anders dan meisjesspel. Er zijn echter ook meiden, die dit spel leuk en uitdagend vinden. Voor hun ontwikkeling is nodig, dat zij experimenteren met grenzen van lichamelijke kracht, bijvoorbeeld snelheid, behendigheid, tegen hoeveel ”spanning” kun je, en wat kun je aan met krachtmeting. Het is daarom dat jongens bijvoorbeeld graag stoeien, wilde spelletjes doen etc.

wanneer jongens, en meisjes ook, met bijvoorbeeld een vader stoeien, zie je hetzelfde. Het gaat nog goed, als ze lekker stoeien, flink duwen en trekken met elkaar en ze plezier beleven. Ook als ze met zijn allen de vader gaan aanvallen in hun stoeispel. Het gaat niet meer goed, als een van de kinderen echt gaat slaan, schoppen e.d. Dan kan het spel niet verder gaan i.v.m. de veiligheid van de andere betrokkenen.

Wat wel kan, is met een kind dat altijd te ver gaat in stoeien, oefenen met de basisvaardigheden die ervoor nodig zijn, veilig te kunnen stoeien.

En eventueel te onderzoeken, wat nou precies het moment is, waarop dit kind kiest voor slaan, schoppen, bijten, knijpen of anders. Daar alternatieven voor aanreiken.

 

Leuke boeken rondom stoeien, lichamelijk besef en omgaan met grenzen, bij kinderen zijn:

 

  • Sherborne Bewegingspedagogiek
  • Opvoeden door stoeien

 

 

Van gemopper naar samenwerken

Verhalen uit de speel- en leer- kamers:

Ik ga mooi niet lezen hoor! Dat feestje gaat mooi niet door!, gaf Daan me maar al te duidelijk aan. Kwam ik aan, met mijn boekje, letterstempels, haaienplaatjes om letters en woorden van te knippen en de globaalwoorden waarmee we samen lazen.

Daan gooide zich op bed. Duidelijk niet van plan om ervan af te komen.

Ik besloot alvast te gaan werken. En met veel enthousiasme, begon ik. Gemopper, vanuit het bed. Hij draaide zich om, gezicht richting de muur. Ik ging door, en onderdrukte een glimlach om zijn gedrag. Ik twijfelde of hij mee zou doen, maar besloot ervoor te gaan. Voor het lezen. Zo las ik voor, uit een van zijn favoriete dierenboeken, die toevallig nog op tafel lag.

Natuurlijk liet Daan zich niet zomaar vangen, en bleef op bed hangen, echter iets opgericht nu, quase belangstellend. Ik keek met schuin oog, maar deed alsof ik niks door had. Ging gewoon door met mijn enthousiaste lezen. Telkens als ik van activiteit veranderde, deed ik dit langzaam, met aandacht en kort benoemend. Daan kwam nog niet. Ik gaf het al bijna op, tot ik een ingeving kreeg: Daan is dol op wedstrijden! Ik bedacht ter plekke een spel waarin lezen en winnen zat, en begon deze te spelen met een poppetje op zijn tafel. Dat wekte interesse!

Wat ben je nou weer aan het doen, Delia?!, noemde Daan, terwijl hij erbij kwam staan. Ik benoemde, en ging door met het spel terwijl Dj Kips, zoals het poppetje heette, al bijna van me won. Al snel zaten Daan en ik ge- enthousiasmeerd te spelen, kijken wie de meeste woorden kon maken, wie het beste hardop kon lezen etc. En Dj Kips? Die stond verbouwereerd aan de kant te kijken! 😉

dj

 

zelf eten!

Het eten was niet gezellig meer.

Kevin had geen zin in eten, en Minke ook niet. ”Bah! eten we nu alweer aardappels!?”, galmde het over de tafel. De kinderen aten niks. Ouders met de handen het haar.

Deze keer probeerden ze de volgende techniek:”nog 5 hapjes!”, gevolgd door aanmoedigingen wanneer het lukte. Kevin liet zich overhalen, Minke was echter onverbiddelijk. Ze at niks!

Wat nu?

De volgende dag bedachten ouders en kinderen een paar regels. Een van de regels was: we scheppen zelf ons eten op. De kinderen ook. En dat wat op hun bord ligt, eten ze op. Voor de kinderen werkte dit beter, dan het gemopper, gepush en een te vol bord. Verder gaf het hen wat meer verantwoordelijkheid over hun eigen bord en lichaam, doordat ze nu zelf mochten bepalen.

Na een week, leek de truc uitgewerkt en begon het gemopper weer… totdat ouders hun eigen agenda loslieten, de kinderen een klein deel konden volgen, waarbij de kinderen spelenderwijs hun eten opaten. Door het spel: ik maak fruitsalade, voor mezelf en de ander.

Met een vork, maakte Minke een vork vol met stukjes groente, stukje vlees en een stukje aardappel (de ”fruitsalade”) en dat steeds weer, en zo was het eten vlot weg, en bleef er een gezellige sfeer.

31634343451

 

 

Pizza!

Hella was op visite bij een vriendin van haar moeder. Zoals altijd vond Hella eigenlijk alles goed. Keuzes, daar leek ze niet aan te doen.

Bij elk voorstel wat gedaan werd door de vriendin van moeder of door een van diens kinderen, zei Hella volmondig, of twijfelachtig ”ja, is goed”. Wanneer je Hella vroeg, wat ze wilde, wist zij dat nauwelijks tot niet te benoemen.

Tot… op een dag, de dag heel anders verliep dan bedoeld.

De vriendin van moeder had die middag iets te regelen, en zo kwam het, dat Hella en de kinderen hun eigen invulling moesten maken, met de partner (Peter) van de vriendin. En zo ineens, bedacht Hella wat zij wilde eten. Out of the blue: Pizza!

Hoeraaaa! Hella maakte een keuze! Het fijnste kado voor Hella was, dat Peter dit ook op tafel zette voor Hella, waardoor zij beloond werd voor kiezen van wat zij wilde eten!

 

images

Opvoeden bij ongewenst gedrag

Ouders doen dingen, met de beste bedoelingen. Alle ouders. Ook jij!

Dat weten kinderen, en daarom luisteren ze, en letten ze op hun ouders. Doen ze hen na. Want door hen te volgen, hopen ze dat te krijgen wat zij nodig hebben om te ontwikkelen.

Dit is echter niet altijd even zichtbaar. Dit uit zich dan bijvoorbeeld in ongewenst gedrag als slaan, schoppen, spugen, schreeuwen, afsluiten voor contact, terugtrekken, verlegenheid, bedplassen, niks vertellen, en noem maar op. Of erger,

Je kind heeft het opgegeven.

Voelt zich eenzaam.

en dat uit zich in zijn of haar gedrag.

IMAG0116 van je verdrietig, angstig of boos voelen

je kind is boos, verdrietig, angstig, eenzaam… en laat jou dat op een hele eigen wijze zien.

Maar hoe doe je dat dan? Omgaan met een kind dat zich zo voelt?

Soms gaat dat niet zo makkelijk. Een kind leiding geven. De praktijk blijkt een stuk weerbarstiger dan programma’s als ”the Nanny” je doen geloven. Zelfs, als jij alle spelregels volgt, kan het toch net niet helemaal geven wat jij gehoopt had. Met name kijkend naar de lange termijn.

Maar.. het leek allemaal zo goed te gaan! Op de korte termijn is er wel resultaat! Dus dan werkt het wel!

Op de lange termijn blijk je dan toch weer te zitten, met een kind die boos is, verdrietig,angstig en die net ander gedrag laat zien om precies datzelfde weer te uiten.

Hoe ga je daar dan mee om?

Dat is een van de dingen, die ik je kan leren.

 

schrijven en tekenen naar gelukkig

Ben jij mijn vriend?

Ik kreeg eens de volgende vraag van een jongen. ”Delia, kun jij mij helpen vertellen? Ik wil niet kwetsen. Ik weet niet hoe ik kan vertellen”.

Toevallig vond ik het blaadje laatst terug. Zijn wiebelige, grote handschrift, in rode letters op dat lichte blaadje. Ik zie ons weer zitten. In de klas. Wat was het spannend, om zo schrijvend samen te praten voor hem. Een hele nieuwe ervaring, vertellen en vragen.

Niet veel later, deden we een spel. Met drie vriendjes. We deden het vragen-spel, waarbij niet alleen hij op papier schreef en de ander dan voorlas en antwoordde, maar de ander ook vragen stelde en hij ging antwoorden op zijn manier.

Zo vroeg hij na een tijd aan een jongen uit de klas: ”vind jij mij leuk?” Melle antwoordde enthousiast: Ja, meestal wel. Maar soms ook niet want dan maak jij zoveel lawaai en doe je gek. En dan kan ik niet goed werken”.

Pieter dacht na, en antwoordde toen in geschreven taal: ”dat doet mijn lichaam. Ik weet niet hoe ik het kan stoppen. Ik wil het wel leren stoppen.”

 

Pieter vroeg:”Wil jij dan wel mijn vriend zijn?”

 

Melle: ”Ja, natuurlijk ben ik je vriend! en jij? ben jij mijn vriend?”

Pieter vergat te antwoorden, maar toen ik hem prompte, kon hij vertellen en gaf aan dat hij ook een vriend van Melle was.

Pieter dacht na, en schreef: ”ik kan het niet stoppen. Maar ga proberen het te stoppen.

Wil je straks samen spelen?”

 

Eerlijk, en simpel. En… doordat Melle zo eerlijk was, kon Pieter leren over gedrag dat soms niet gewenst is, maar dat ook al doe jij soms dat gedrag, je toch nog vrienden bent! 🙂

IMAG3957

 

 

 

Gehoord

Nou, het wordt weleens tijd, dat zij haar zwemdiploma gaat halen!, verzucht de coördinator van de zwemles. Het duurt. Het duurt voordat onze dochter haar zwemdiploma haalt en dus mag ze naar de zorggroep.

Hier in de zorggroep, is het prima toeven voor dochter. Ze kan veel aandacht verwachten, het water is lekker en er zijn minder kinderen en daardoor andere prikkels.

Heerlijk!

Maar vooruit gaan? Euh, nee, ze gaat niet vooruit.

Ze vind het wel prima zo. En denkt zelf, dat zij het best goed doet, zo lekker in het water. En de zwemjuf kijkt toch nog vrolijk? Geen probleem! En een certificaat bijna binnen… voor haar het A diploma, dacht ze. Maar nee… de zwemschool deed dit als tussentijdse motivatie.

Dochter dacht klaar te zijn. Diploma dus klaar!! Ik leg uit dat dat niet zo werkt. Dat ik snap dat zij dat dacht, maar dat de zwemschool juist bedoelde, dat je een klein beetje beter bent geworden in zwemmen, maar nog verder gaat tot je je A hebt. Dat daar nog enkele certificaten tussen zitten. Dochterlief is woest. Ze weigert het tussentijds certificaat dan ook aan wie dan ook te laten zien. Niks aan! Als ik haar niet net op tijd geremd had, lag het certificaat in de prullenbak.

Ik bel nog eens met de zwemschool. Of dochter niet toch terug mag naar de reguliere lessen, i.v.m. haar eigen motivatie en vorderingen. De coördinator denkt niet dat mijn dochter dat kan. Ook de zwemjuf geloofd er niet in. Ik vraag hen om een persoonlijk gesprek. De zwemjuf zucht over zoveel dwaasheid, en tijd die ik haar kost. En noemt dat ik voor mijn kind moet gaan. Nu wordt ik boos, maar besef me dat vriendelijk blijven beter past. Ik blijf vriendelijk. Ga voor relatie.

Leg nog eens mijn eigen beweegredenen uit, en vraag hen dan tijdens dat gesprek om mijn dochter te vertellen dat ze nog niet goed is in zwemmen. Leg uit, dat zij zelf denkt van wel. De zwemjuf twijfelt erg. Dat kan toch niet, dat zomaar vertellen? Ze vindt dat te ver gaan, maar gaat wel in op het persoonlijke gesprek.

Tijdens het gesprek, bespreken we onze beide kanten. Dat wat zij zien. Dat wat ik hoor en zie van mijn dochter. Ook vind ik dat ze haar moeten vertellen wat nog niet goed gaat. De coordinator, die het gesprek doet, wil dat niet. Dat kan ik toch niet menen!? De waarheid??! Aan zo’n jong meisje! En haar zelfvertrouwen, dan?

Ik vind van wel, haal dochter erbij, en stel de zwemjuf de vraag of mijn dochter inderdaad ‘een van de beste’ is van de groep (zoals zij zelf dacht). De zwemjuf vertelt met tegenzin, dat ze niet goed is in zwemmen. Mijn dochter is stomverbaasd. Nee?! De zwemjuf legt uit,waar het hem in zit. Dan valt het kwartje. Mijn dochter kijkt stomverbaasd, denkt erover na.

Ik noem nog even aan beide, dat ze terug mag naar de reguliere les, maar dan wel goed haar best moet doen, in dit geval oefenen i.p.v. gezelligheid voorop. Dit wordt i.d.d. beaamd door de coordinator, want daarvoor was dit afgesproken.

In de auto, vertelt mijn dochter dat ze echt dacht dat ze heel ver was. Ze had geen idee, over dat ze nog veel moest leren. En nu, twee maanden later is ze twee niveau’s hoger. Ze wil nu zelf haar zwemscores bijhouden, en vraagt er om. Ze raakt meer gemotiveerd, ook al is zwemmen nog niet leuk.

Haar zelfvertrouwen? Dat lijkt eerder gegroeid te zijn. Want… de uitdaging maakt het zwemmen leuker! 🙂 Ze laat nu trots dat zien wat ze oefent op les.

als een Ferrari in een Fiat

Tijdens mijn zwangerschap, vertelde een man waar ik heenging ivm de zwangerschap me: je kunt niet Ferrari gedrag vertonen, terwijl je lichaam maar een Fiat is.

Dit gedrag, herken ik ook bij Merel. Merel denkt vlot, doet vlot.

Voor de omgeving is dit iets, dat moeilijk te begrijpen is. Huh? Merel, weet jij nu het antwoord al! Dat kan bijna niet.

Ze zien Merel werken, horen wat er speelde, en vinden dan dat het anders moet. Dat Merel teveel doet. Dat Merel teveel ”weet”, meer dan zou kunnen. Dat ze misschien wel ergens anders gekeken heeft, het toeval is, etc.

Merel is snel. Sommige anderen te langzaam voor Merel. Dat kan. Ze zijn verschillend, en toch ook hetzelfde. Beide hebben kwaliteiten en gebreken.

therapie- en er verandert niks

Melle gaat al geruime tijd naar speltherapie. Inmiddels al meer dan een jaar. Er gebeurt echter niet, dat wat men gehoopt had. Hij lijkt zich niet echt open te stellen, en dan kan er niet goed behandelt worden.

Melle vindt speltherapie wel fijn.. lekker even tijd voor jezelf! En… ontwikkeling blijft uit.

Wat is er aan de hand?

  • Melle is een slimme jongen. Hij houdt van spelen en spelletjes, maar wil ook controle houden
  • Melle wil de ander niet teleurstellen. Hij vertoont daarom gewenst gedrag
  • Melle vindt het moeilijk, om zich te laten zien. Hij weet dat als hij teveel zegt, de ander geraakt kan worden. Melle wil de ander niet kwetsen.

En zo.. gedraagt hij zich gewenst. Hij geniet zichtbaar van de een op een aandacht. Hij blijft lekker spelen en meedoen. Behoud zo de controle. En vind het prima.

HOUDING:

Van de speltherapeut vraagt het een andere benadering. Melle heeft baat bij iemand, die zich creatief kan opstellen. Die buiten kaders gaat denken, zodat Melle kans krijgt zichzelf te laten zien. Melle heeft behoefte aan meer veiligheid, doordat de therapeut misschien eens heel anders te werk kan gaan. Melle vraagt om iemand met een houding van onvoorwaardelijkheid en wat lef. een doen wat je zegt- houding.

 

Er bestaan kinderen, die zich goed kunnen aanpassen aan de verwachtingspatronen van de ander. Hoe meer jij verwacht, hoe meer het kind zich aan die verwachting aanpast. Wat je dan ziet, is de weerspiegeling van jouw verwachting. de weerspiegeling van jouw gedachten en verwachting, is een ander beeld dan wat er in dit kind leeft. Een beetje zoals een wortel, die onder het oppervlak enorm groeit en bedenkt, maar dit niet direct zal laten zien aan de buitenwereld.

binnenkant (onder de oppervlakte van het kind) vs buitenkant (dat wat jij waarneemt bij het kind)

 

Voor meer informatie zie het boek: Alice Miller- ‘het drama van het begaafde kind’.

 

succes

 

 

Spelend de wereld verkennen

Kijk mama, ik heb toch de beer meegenomen! Roept de jongste triomfantelijk als we op het kdv zijn. Ze laat, meteen grote grijns van oor tot oor, de beer zien.

De crecheleidster moet er om lachen. En ik ook.

Gelukkig is jouw mama niet zo streng, zegt de leidster tegen haar. Weer die ondeugende blik.

 

Ondertussen heeft M het plan opgevat om mee te willen naar mama’s werk. Ik benoem dat dat niet zo’n goed idee is. Maar dat maakt haar niks uit. Ze besluit mee te gaan. Met beer!

Ik kom maar nauwelijks van de groep af, tot ik met beer een gesprekje aanga. Over wat beer die dag allemaal van plan is. Beer heeft wel plannen. Hij duikt al van mijn dochters arm! En… mijn dochter gaat met hem mee. Ik vraag nog, naar haar plan! Ze heeft zich bedacht. Spelen met beer, is een feestje!